Wat zeggen de Kamerantwoorden nu eigenlijk over de Russische dwerghamster?

Op 22 juni 2026 zijn de antwoorden gepubliceerd op Kamervragen van Caroline van der Plas van BBB over de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over de huis- en hobbydierenlijst.

Deze lijst wordt ook wel de positieflijst genoemd.

De antwoorden zijn gegeven door staatssecretaris Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Bij de antwoorden hoort ook een beslisnota. Dat is een intern stuk waarin ambtenaren de staatssecretaris adviseren over de beantwoording.

In deze blog leg ik in gewone mensentaal uit wat er in de antwoorden staat. Daarna leg ik de antwoorden naast de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Het doel is niet om alleen te kijken wie “gelijk” heeft. Het doel is om helder te maken wat de rechter heeft gezegd en hoe de antwoorden van de staatssecretaris zich daartoe verhouden.

Welke uitspraak ligt hieraan ten grondslag?

Op 28 mei 2026 deed het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak over de huis- en hobbydierenlijst.

Volgens het nieuwsbericht van Rechtspraak.nl blijft de huis- en hobbydierenlijst in stand. De rechter heeft dus niet gezegd dat de hele lijst weg moet.

Maar de rechter heeft ook gezegd dat de minister opnieuw moet bekijken of enkele diersoorten alsnog op de lijst moeten komen.

Het gaat daarbij onder andere om:

  • de jak
  • de chinchilla
  • de Russische dwerghamster
  • het witstaartstekelvarken
  • de dromedaris

Daarnaast speelt de katoenrat een aparte rol. Bij die soort moet het zoönoserisico opnieuw worden bekeken.

De kern is dus:

De lijst blijft bestaan, maar voor een aantal soorten is de eerdere afwijzing niet voldoende onderbouwd.

Wat valt op aan de Kamerantwoorden?

De antwoorden van de staatssecretaris benadrukken vooral het deel van de uitspraak dat gunstig is voor de overheid.

Namelijk:

  • de lijst blijft bestaan;
  • de algemene beoordelingsmethode blijft grotendeels overeind;
  • de adviescommissies zijn volgens de rechter voldoende deskundig en onafhankelijk;
  • het domesticatiecriterium mag worden gebruikt;
  • de lijst is volgens de staatssecretaris juridisch houdbaar.

Dat zijn belangrijke punten.

Maar de uitspraak heeft ook een andere kant.

De rechter zegt namelijk ook dat de minister bij bepaalde soorten opnieuw moet beslissen. Voor deze soorten was de eerdere beslissing onvoldoende zorgvuldig voorbereid of onvoldoende goed gemotiveerd.

Dat deel is minstens zo belangrijk.

Vraag 1: Heeft de staatssecretaris kennisgenomen van de uitspraken?

De eerste vraag is of de staatssecretaris kennis heeft genomen van de uitspraken van het CBb over de huis- en hobbydierenlijst.

Het antwoord is kort:

Ja.

Naast de uitspraak gelegd

Dat antwoord is feitelijk eenvoudig.

De staatssecretaris bevestigt dat hij de uitspraak kent.

Wel valt op dat in de Kamervraag wordt verwezen naar ECLI:NL:CBB:2026:210 t/m 219. Op de Rechtspraak-pagina over deze kwestie worden vier uitspraken genoemd:

  • ECLI:NL:CBB:2026:210
  • ECLI:NL:CBB:2026:211
  • ECLI:NL:CBB:2026:212
  • ECLI:NL:CBB:2026:213

Voor deze blog ga ik uit van de uitspraken die Rechtspraak.nl zelf bij het nieuwsbericht over de huis- en hobbydierenlijst noemt.

Vraag 2: Wat zegt de staatssecretaris over het domesticatiecriterium?

De vraag gaat over het oordeel van de rechter dat de toepassing van het domesticatiecriterium te beperkt is geweest.

De staatssecretaris antwoordt dat het Adviescollege heeft geadviseerd om soorten met populaties in een vergevorderd stadium van domesticatie op de lijst te plaatsen.

Hij zegt ook dat het CBb heeft geoordeeld dat het domesticatiecriterium gebruikt mag worden en deugdelijk is.

Daarna zegt de staatssecretaris dat hij moet bekijken of er aanleiding is om de dromedaris, jak, chinchilla, Russische dwerghamster en witstaartstekelvarken om bestuurlijke redenen toch op de lijst te plaatsen.

Ook als deze soorten volgens de minister niet voldoen aan het criterium van verregaande domesticatie.

Naast de uitspraak gelegd

Dit antwoord sluit voor een groot deel aan bij de uitspraak.

De rechter heeft inderdaad niet gezegd dat het domesticatiecriterium verboden is.

De rechter heeft ook niet gezegd dat de minister nooit een strenge vorm van domesticatie mag gebruiken.

Maar de rechter zegt wel dat de minister het domesticatiecriterium te beperkt heeft toegepast.

Dat is een belangrijk verschil.

In gewone taal:

De minister mocht niet alleen kijken naar de vraag of een dier aan alle strenge eisen voor verregaande domesticatie voldoet.

De minister had ook breder moeten kijken.

Bijvoorbeeld naar:

  • de bekende manier waarop een soort wordt gehouden;
  • de kennis die over het dier beschikbaar is;
  • de geschiedenis van het houden van de soort;
  • de maatschappelijke aanvaarding van bepaalde risico’s;
  • de vergelijking met soorten die wel op de lijst staan.

De staatssecretaris erkent in zijn antwoord dat hij een bestuurlijke afweging moet maken.

Dat is belangrijk.

Maar het antwoord klinkt wel voorzichtig. De nadruk ligt vooral op het feit dat het criterium zelf overeind blijft. Minder nadruk ligt op het oordeel dat de toepassing ervan te beperkt was.

Vraag 3: Zijn er fouten gemaakt bij het opstellen van de lijst?

De vraag is of de staatssecretaris erkent dat er fouten zijn gemaakt bij de beoordeling van diersoorten.

De staatssecretaris antwoordt dat het CBb heeft geoordeeld dat de lijst op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen.

Hij wijst op de deskundigheid en onafhankelijkheid van de commissies. Ook zegt hij dat de systematiek wetenschappelijk verantwoord is en juist is toegepast.

Daarna noemt hij opnieuw dat hij voor een aantal soorten moet bekijken of zij om bestuurlijke redenen toch op de lijst moeten komen. Ook noemt hij dat het zoönoserisico van de katoenrat opnieuw moet worden bekeken.

Naast de uitspraak gelegd

  • Dit antwoord is juridisch begrijpelijk, maar breed geformuleerd.
  • Het klopt dat de rechter de algemene systematiek grotendeels accepteert.
  • Het klopt ook dat de rechter de bezwaren over deskundigheid en onafhankelijkheid van de adviescommissies verwerpt.
  • Maar de zin dat “de lijst op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen” vraagt wel om nuance.
  • Want de rechter heeft voor een aantal soorten juist geoordeeld dat de besluitvorming onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende goed was gemotiveerd.
  • Dat betekent niet dat de hele lijst onderuitgaat.
  • Maar het betekent ook niet dat alle afzonderlijke beslissingen goed waren.
  • De positieflijst bestaat uit veel afzonderlijke besluiten per diersoort. Voor de meeste daarvan blijft het besluit staan. Voor enkele soorten moet opnieuw worden beslist.

Een preciezere uitleg zou dus zijn:

  • De algemene systematiek blijft in stand, maar bij enkele soorten was de onderbouwing onvoldoende.
  • Dat is de kern van de uitspraak.

Vraag 4: Komen er veel nieuwe procedures?

  • De vraag gaat over het oordeel dat de huis- en hobbydierenlijst bestaat uit 314 afzonderlijke besluiten.
  • De staatssecretaris antwoordt dat de beoordelingen van de diersoorten in rechte vaststaan. Volgens hem is daartegen geen bezwaar en beroep meer mogelijk.
  • Hij zegt dat hierop uitzonderingen zijn voor de twaalf soorten waarover hij een nieuw besluit moet nemen.

Naast de uitspraak gelegd

De rechter heeft inderdaad gezegd dat de lijst bestaat uit 314 afzonderlijke besluiten:

  • 30 besluiten om soorten wel aan te wijzen;
  • 284 besluiten om soorten niet aan te wijzen.

Ook heeft de rechter gezegd dat besluiten die niet zijn aangevochten, buiten deze procedure vallen en in rechte vaststaan.

Dat deel van het antwoord klopt met de uitspraak.

Wel valt de formulering over “twaalf soorten” op.

In het Rechtspraak-bericht worden vijf soorten genoemd waarvoor de minister moet bekijken of zij op basis van het domesticatiecriterium alsnog op de lijst moeten komen:

  • jak
  • chinchilla
  • Russische dwerghamster
  • witstaartstekelvarken
  • dromedaris

Daarnaast is er de katoenrat, waarbij het zoönoserisico opnieuw moet worden bekeken.

In de beslisnota staat ook dat het CBb uitspraak deed in twaalf beroepszaken. Dat is iets anders dan twaalf diersoorten.

Voor lezers is dit verwarrend.

Als er twaalf soorten zijn waarover een nieuw besluit moet worden genomen, zou duidelijk moeten worden welke twaalf dat precies zijn.

Op basis van het Rechtspraak-bericht en de aangeleverde uitspraken is vooral duidelijk dat ten minste de hierboven genoemde soorten opnieuw aandacht vragen.

Vraag 5: Leidt dit tot extra belasting van rechtbanken en uitvoeringsorganisaties?

De staatssecretaris antwoordt dat hij dit risico niet ziet. Hij verwijst naar zijn antwoord op vraag 4.

Naast de uitspraak gelegd

  • Dit is vooral een inschatting van de staatssecretaris.
  • De rechter heeft hierover geen algemeen toekomstbeeld gegeven.
  • Wel volgt uit de uitspraak dat veel besluiten inmiddels vaststaan. Daardoor ligt het niet voor de hand dat over alle 314 soorten opnieuw procedures ontstaan.
  • Maar voor de soorten waarover een nieuw besluit moet komen, kan natuurlijk wel opnieuw discussie ontstaan.
  • Zeker als de minister opnieuw besluit om soorten niet op de lijst te plaatsen, kan dat weer tot juridische vragen leiden.

Vraag 6: Hoe past dit bij het Andibel-arrest?

  • De vraag gaat over het Europese Andibel-arrest.
  • Dat arrest is belangrijk voor positieflijsten. Kort gezegd: een positieflijst mag, maar de regels moeten objectief, niet discriminerend en proportioneel zijn. Ook moet een afwijzing goed worden onderzocht.
  • De staatssecretaris antwoordt dat de huis- en hobbydierenlijst volgens het CBb is gebaseerd op objectieve en proportionele criteria.
  • Hij zegt ook dat de systematiek en het domesticatiecriterium in lijn zijn met het Andibel-arrest.
  • Daarna zegt hij dat hij nog een aanvullende bestuurlijke afweging moet maken over de toepassing van het domesticatiecriterium.

Naast de uitspraak gelegd

  • Dit antwoord klopt in hoofdlijnen.
  • De rechter heeft de lijst als systeem niet in strijd geacht met het Europese recht.
  • Ook het domesticatiecriterium is niet afgekeurd.
  • Maar hier zit wel een belangrijk punt.
  • Juist vanwege de proportionaliteit moet de minister bij sommige soorten breder kijken.
  • Het CBb vindt de toepassing van het domesticatiecriterium te beperkt.
  • Dat betekent dat het Andibel-arrest niet alleen wordt gebruikt om de lijst overeind te houden. Het speelt ook een rol bij de vraag of het te ver gaat om bepaalde soorten buiten de lijst te houden.
  • De staatssecretaris noemt de aanvullende bestuurlijke afweging. Dat is juist.
  • Maar de uitspraak maakt duidelijk dat die afweging niet vrijblijvend is. De minister moet deze afweging maken met inachtneming van wat de rechter heeft overwogen.

Vraag 7: Hadden honden, katten en paarden zonder domesticatiecriterium ook buiten de lijst kunnen vallen?

  • De vraag gaat over een opvallend punt in de uitspraak.
  • De rechter heeft namelijk benoemd dat als de beoordelingssystematiek strikt zou worden toegepast, dieren zoals honden, katten en paarden niet vanzelf op de lijst zouden komen.
  • De staatssecretaris antwoordt dat het domesticatiecriterium wetenschappelijk is onderbouwd en consequent is toegepast.
  • Volgens hem hoefden er geen bestuurlijke uitzonderingen te worden gemaakt om verregaand gedomesticeerde populaties op de lijst te plaatsen.

Naast de uitspraak gelegd

  • Ook hier klopt een deel van het antwoord.
  • De rechter heeft inderdaad geoordeeld dat het domesticatiecriterium gebruikt mag worden.
  • Maar de woorden “consequent toegepast” moeten voorzichtig worden gelezen.
  • De rechter zegt namelijk ook dat de toepassing van het domesticatiecriterium te beperkt was.
  • Dat betekent niet dat het criterium als geheel fout is.
  • Maar het betekent wel dat de minister bij enkele soorten niet kon volstaan met de strikte vraag of zij voldoen aan verregaande domesticatie.
  • De rechter zegt dat de minister voor bepaalde soorten ook had moeten bekijken of zij om bestuurlijke redenen toch op de lijst moesten worden geplaatst.
  • Daarom is het antwoord op vraag 7 wat eenzijdig.
  • Het benadrukt dat het criterium mag worden gebruikt, maar minder dat de rechter de toepassing ervan bij enkele soorten te beperkt vond.

Vraag 8: Hoe zit het met damhert, edelhert en dromedaris?

  • De vraag gaat over de bijzondere positie van het damhert en het edelhert.
  • De staatssecretaris antwoordt dat het damhert en het edelhert niet zijn aangewezen op de huis- en hobbydierenlijst. Voor deze soorten is gekozen voor een vrijstelling op grond van de Wet dieren.
  • Ook voor het houden van de dromedaris voor productie is een vrijstelling voorzien.

Naast de uitspraak gelegd

  • Dit antwoord maakt een belangrijk onderscheid duidelijk.
  • Een soort kan op de huis- en hobbydierenlijst staan. Dan is de soort aangewezen als soort die gehouden mag worden.
  • Maar er kan ook een vrijstelling zijn. Dat is iets anders.
  • Een vrijstelling betekent niet dat de soort op de lijst staat. Het betekent dat er onder bepaalde voorwaarden toch ruimte is om de soort te houden.

Voor de beoordeling van de positieflijst zelf blijft het belangrijk om dit onderscheid goed te maken:

plaatsing op de lijst en vrijstelling zijn twee verschillende juridische routes.

Vraag 9: Gaat de staatssecretaris opnieuw kijken naar de juridische houdbaarheid van de lijst?

  • De staatssecretaris antwoordt dat de uitspraak bevestigt dat de huis- en hobbydierenlijst juridisch houdbaar is.
  • Hij zegt dat hij niet opnieuw gaat kijken naar de juridische houdbaarheid van de lijst.

Naast de uitspraak gelegd

  • Dit antwoord klopt voor zover het gaat om de lijst als systeem.
  • De rechter heeft de huis- en hobbydierenlijst niet vernietigd.
  • De algemene systematiek blijft grotendeels overeind.
  • Maar het antwoord is breed geformuleerd.
  • De juridische houdbaarheid van de lijst als systeem is iets anders dan de juridische houdbaarheid van elke afzonderlijke beslissing per diersoort.
  • Voor enkele soorten moet de minister opnieuw beslissen. Dat betekent dat die specifieke beslissingen nog niet klaar zijn.

Een preciezere uitleg is dus:

De lijst als systeem blijft overeind, maar voor bepaalde soorten moet opnieuw worden beoordeeld of zij alsnog op de lijst moeten komen.

Wat zegt de beslisnota?

  • Bij de Kamerantwoorden hoort een beslisnota.
  • In die beslisnota staat dat de uitspraak “positief” was.
  • Dat is een duidelijke bestuurlijke duiding.
  • Vanuit het ministerie is dat begrijpelijk, omdat de lijst als systeem overeind blijft.
  • Maar dezelfde beslisnota noemt ook de punten die minder gunstig zijn voor de minister.
  • Daarin staat namelijk dat de staatssecretaris moet bekijken of er aanleiding bestaat om de dromedaris, jak, chinchilla, Russische dwerghamster en witstaartstekelvarken om bestuurlijke redenen toch op de lijst te plaatsen.
  • Ook staat erin dat het zoönoserisico van de katoenrat opnieuw moet worden bekeken.

De beslisnota laat dus goed zien dat de uitspraak twee kanten heeft:

  1. De algemene lijst en systematiek blijven grotendeels overeind.
  2. Voor een aantal soorten moet de minister opnieuw aan het werk.

Wat is de kern als je de antwoorden naast de uitspraak legt?

De Kamerantwoorden zijn vooral geschreven vanuit het perspectief van de overheid.

De nadruk ligt op:

  • de lijst blijft bestaan;
  • de systematiek is geaccepteerd;
  • het domesticatiecriterium mag worden gebruikt;
  • de meeste besluiten staan vast.

Dat is één kant van de uitspraak.

De andere kant is:

  • de minister heeft het domesticatiecriterium te beperkt toegepast;
  • voor enkele soorten moet opnieuw worden bekeken of zij toch op de lijst moeten;
  • bij de katoenrat moet het zoönoserisico opnieuw worden bekeken;
  • voor die soorten was de eerdere motivering niet voldoende.

Wie de uitspraak goed wil begrijpen, moet beide kanten meenemen.

Waarom is dit belangrijk?

  • De huis- en hobbydierenlijst raakt veel houders, liefhebbers, organisaties en bedrijven.

Daarom is het belangrijk dat de uitspraak niet te simpel wordt samengevat als:

“De lijst blijft staan, dus alles was goed.”

Maar het is ook niet juist om te zeggen:

“De hele lijst is van tafel.”

De werkelijkheid zit ertussenin.

De rechter heeft de lijst als systeem in stand gelaten, maar de minister wel teruggestuurd voor een aantal soorten.

Dat betekent dat de nieuwe besluiten zorgvuldig, duidelijk en per soort goed gemotiveerd moeten worden.

Conclusie

  • De antwoorden op de Kamervragen sluiten op veel punten aan bij de uitspraak.
  • Maar ze leggen de nadruk vooral op het deel dat gunstig is voor de overheid.
  • De uitspraak zelf is genuanceerder.
  • Het CBb heeft de huis- en hobbydierenlijst als systeem in stand gelaten. Ook de algemene beoordelingsmethode en het domesticatiecriterium blijven overeind.
  • Tegelijk heeft het CBb geoordeeld dat de minister voor enkele soorten opnieuw moet kijken of zij alsnog op de lijst moeten komen. Bij die soorten was de eerdere beoordeling onvoldoende goed onderbouwd.

Daarom is de belangrijkste conclusie:

  • De positieflijst blijft bestaan, maar voor een aantal soorten is de zaak nog niet klaar.
  • De minister moet opnieuw beslissen. En bij die nieuwe besluiten moet hij rekening houden met wat de rechter precies heeft gezegd.

De nieuwe beoordeling mag geen herhaling worden van de oude afwijzing.

Wat zou hij volgens mij moeten doen?

Als ik puur naar de uitspraak kijk, zou hij de Russische dwerghamster alsnog op de lijst moeten zetten.

Niet omdat de rechter letterlijk zegt: “zet hem erop.” Dat staat er niet.

Maar omdat de rechter zó duidelijk aangeeft waar de eerdere beoordeling tekortschiet, dat opnieuw weigeren heel stevig onderbouwd moet worden.

Voor de Russische dwerghamster noemt de rechter belangrijke punten:

  • er is veel goede houderij- en gedragsinformatie beschikbaar;
  • de soort is diergeneeskundig goed vergelijkbaar met de goudhamster;
  • de goudhamster staat wél op de lijst;
  • de Russische dwerghamster is in wetenschappelijke literatuur als gedomesticeerd beschreven.

Dat zijn precies de punten die de staatssecretaris nu serieus moet meewegen.

De staatssecretaris erkent zelf dat hij moet bekijken of er aanleiding bestaat om de Russische dwerghamster om bestuurlijke redenen toch op de lijst te plaatsen, ook al voldoet de soort volgens hem niet aan het criterium van verregaande domesticatie. Ook staat in de beslisnota dat hij nu bekijkt hoe hij die bestuurlijke afweging gaat vormgeven.

BRONNEN

Antwoord op de vragen van het lid Van der Plas over de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake de Huis- en hobbydierenlijst


Bijlage Download bestand: Beslisnota bij Kamerbrief Antwoord op de vragen van het lid Van der Plas over de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake de Huis- en hobbydierenlijst


Ontdek meer van De Russische Dwerghamster

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie