Dwergratten
“Dwergratten” zijn tamme ratten (*Rattus norvegicus domestica*) met een erfelijke dwerggroei‑mutatie die leidt tot een kleiner formaat. Ze behoren dus tot dezelfde soort als andere tamme ratten, met grotendeels hetzelfde gedrag en dezelfde basisverzorging.
Dwergratten zijn een relatief nieuw fenomeen in Nederland, hoewel de mutatie die deze dieren veroorzaakt niet helemaal nieuw is. Af en toe gebeurde het dat er een zeer kleine rat werd geboren. De mutatie is recessief, wat betekent dat beide ouders het gen moeten dragen voordat het tot uiting komt. Er is veel interesse in deze dieren, maar het is belangrijk om te realiseren dat deze soort nog in de kinderschoenen staat. Zoals bij elk gedomesticeerd dier moet hun gezondheid altijd voorop staan.

Wat is een dwergrat?
- Een tamme rat met een genetische dwerggroei (geen aparte diersoort).
- Ontstaan door een recessieve mutatie die de groeihormoonhuishouding verstoort; in laboratoriumlijnen spreekt men van Spontaneous Dwarf Rat (SDR).
- In die onderzoeksmodellen wegen dieren gemiddeld aanzienlijk minder en blijven ze duidelijk kleiner dan nestgenoten zonder de mutatie.

Oorsprong van de dwerg‑mutatie
- In onderzoeksverband bekend sinds de jaren ’70–’80 als Spontaneous Dwarf Rat (SDR) uit een laboratoriumlijn (Sprague–Dawley; later ook Lewis).
- De mutatie is autosomaal recessief:
- dwerg × dwerg ➜ alle jongen dwerg
- drager × drager ➜ gemiddeld 25% dwerg, 50% drager, 25% normaal
- dwerg × normaal ➜ 100% drager (niet‑dwerg)
Kan je dwergrat × dwergrat fokken?
Ja, technisch kan dat.
De dwergmutatie bij tamme ratten is recessief erfelijk. Dat betekent dat als je twee dwergratten kruist (dwerg × dwerg), alle jongen 100% dwerg zullen zijn.
De dwergmutatie zelf veroorzaakt vooral een kleiner formaat door minder groeihormoon. In de onderzoeksmodellen zijn er geen directe aanwijzingen dat dwergratten ziek of misvormd worden door enkel die mutatie. Ze zijn gewoon kleiner.
Er zijn wel grote verschillen tussen foklijnen te zien. In sommige lijnen komen ze stevig en vitaal voor, in andere juist fragieler. Dat hangt dus af van hoe verantwoord er gefokt is.
Risico’s bij dwerg × dwerg fokken
- Genetische smalheid: als je alleen dwergratten onderling kruist, kan de genetische variatie krimpen, wat op termijn meer gezondheidsproblemen kan geven (net zoals bij inteelt).
- Kans op “extremen”: door altijd klein × klein te kruisen, kun je dieren krijgen die te kwetsbaar zijn (te broos skelet, te kleine lichaamsbouw).
- Afhankelijk van selectie: als er in de lijn al aanleg zit voor ademhalingsproblemen, tumoren of gedragsproblemen, dan kweek je dat net zo goed door.

Onderzoek naar Dwergratten
Achter de schermen ben ik betrokken bij een fokproject en onderzoek naar dwergratten. De bevindingen zal ik uiteraard ook op mijn website delen. We hebben nog veel te leren over deze dieren. Hoewel ze sterk lijken op normale ratten en in feite hetzelfde dier zijn, verschillen ze toch op enkele punten van hun grotere soortgenoten.
Kleinere soorten hebben vaak een snellere stofwisseling en hebben daardoor iets meer energie nodig of dat bij dwergratjes ook echt het geval is gaan we zien. Het is daarom belangrijk om het gewicht van de dieren goed in de gaten te houden.
Qua gedrag zijn het echte ratjes: ze klimmen, springen, spelen en onderzoeken hun omgeving. Ze zijn echter iets schuwer dan hun grotere soortgenoten. Dit schuwere gedrag zal naar verwachting met elke volgende generatie afnemen. Het lijkt er ook op dat dwergratjes langer in hun speelsheid en jongheid blijven hangen.
Het lijkt erop dat ze ouder worden dan hun grotere soortgenoten. De gemiddelde leeftijd kan richting de 3 jaar lopen.
Inteeltproblemen blijven op de loer liggen als het gaat om dwergratten! Zoals vaker gebeurt bij nieuwe mutaties kan de genenpoel relatief klein zijn, waardoor fokkers genoodzaakt zijn om lijnteelt toe te passen of nog heftigere vormen van inteelt toe te passen om “snel” resultaat te boeken. Dat is niet verstandig om te doen. Om gezonde dieren te krijgen is de lange weg beter, dus via dragers te werken. Je kunt inteeltproblemen herkennen aan het gewicht en de bouw. Dieren die minder dan < 120 gram wegen en een zeer langwerpige lichaamsbouw hebben – kan wijzen op inteelt.

Gezondheid (bevindingen uit onderzoeksmodellen)
Let op: onderstaande punten komen uit wetenschappelijke studies met dwergratten in laboratoria. Huisdierlijnen kunnen verschillen, maar de inzichten geven wel een indruk.
- Groei & hormonen: door de mutatie maken dwergratten minder groeihormoon aan. Daardoor blijven ze kleiner en lichter.
- Kankeronderzoek: in sommige studies kregen dwergratten minder snel bepaalde vormen van borstkanker na blootstelling aan kankerverwekkende stoffen. Dit betekent niet dat ze geen risico op kanker hebben.
- Leren & geheugen: er zijn aanwijzingen dat ze in sommige tests minder goed leren of onthouden dan gewone ratten.
- Gewicht & stofwisseling: dwergratten hebben meestal minder lichaamsvet en een ander lichaamsbouwprofiel dan gewone ratten.
- Levensduur: sommige onderzoeken suggereren dat dwergratten iets langer leven, maar dit kan verschillen per lijn en geslacht.
Ethisch fokken
- Vermijd extremen (te klein/te fragiel).
- Selecteer op gezondheid, sociaal gedrag en welzijn, niet alleen op formaat.
Huisvesting van Dwergratten
Dwergratten kunnen in een traliekooi worden gehouden, net zoals hun grotere soortgenoten. Let hierbij goed op de afstand tussen de spijlen; deze mag bij voorkeur maximaal 1 cm zijn.
Je kunt dwergratten ook in een terrarium houden, (maar de traliekooi is beter naar mijn mening). Dit moet dan wel minimaal 80 x 50 x 60 cm zijn, waarbij vooral de hoogte belangrijk is, omdat ratjes graag klimmen en hoger zitten. Ze houden ook van graven, dus het is aan te raden om een deel van de kooi geschikt te maken voor graafactiviteiten.
Let op: ratten hebben zeer gevoelige luchtwegen. Stoffige bodembedekkers kunnen het beste worden vermeden, en houtvezel raad ik absoluut af.
Wees bovendien voorzichtig bij de aanschaf van dwergratten. Dieren die online worden verkocht en niet afkomstig zijn van een gerenommeerde fokker, komen vaak van grootschalige fokbedrijven. Overweeg je een dier aan te schaffen, let dan goed op uiterlijk, gedrag en gezondheid.

Dwergratten en normale ratten samen houden?
Dwergratten lijken in veel opzichten op gewone tamme ratten, maar door hun kleine formaat kun je ze niet samen houden met normale ratten. Ratten leven in een strikte sociale structuur met een duidelijke hiërarchie. Voor gewone ratten zijn dwergratten simpelweg te klein en daardoor worden ze automatisch als ondergeschikt gezien.
In het begin worden dwergratten door normale ratten vaak behandeld alsof ze nog jonge dieren zijn. Maar zodra de dwergratten volwassen worden en hun hormonen actief worden, zien normale ratten hen wél als volwassen groepsleden. Dan begint de hiërarchie zich echt te vormen. Dwergratten proberen misschien hun plek te vinden, maar omdat normale ratten veel groter en sterker zijn, zullen de kleintjes altijd onderdrukt worden.
Daarnaast brengt het formaatverschil grote risico’s met zich mee. Komt er ruzie in de groep, dan trekken dwergratten altijd aan het kortste eind. Door hun fragiele bouw raken ze sneller gewond. Zelfs tijdens het spelen kan het gevaarlijk zijn, omdat een normale rat te zwaar en te krachtig is voor een dwergrat.
Daarom is het niet verstandig om dwergratten en normale ratten samen te huisvesten.

Bronnen
1. Oorsprong en groeihormoon-mutatie (GH-deficiëntie)
Swanson et al. (2002) tonen aan dat de Spontaneous Dwarf Rat afkomstig is van de Sprague–Dawley-lijn, met een mutatie in het GH-gen die resulteert in een sterk ingekort eiwit dat niet aan de GH-receptor kan binden; GH is bijna ondetecteerbaar.
Takeuchi et al. (1990) bevestigen dat SDR een model is voor hypofyse-dwerggroei met autosomaal recessieve overerving.
2. Minder gevoelig voor chemisch geïnduceerde borstkanker
- Swanson et al. (2002) laten zien dat SDR minder mammatumoren ontwikkelen na blootstelling aan kankerverwekkende stoffen: gemiddeld 0,2 tumoren/rat versus 5,3 bij normale ratten.
- Shen et al. (2007) bevestigen de verhoogde weerstand van SD-ratten zonder GH tegen chemisch veroorzaakte melkkliertumoren.
3. Leren & geheugen (cognitieve functies)
- Li et al. (2011) tonen aan dat GH-deficiënte SDRs slechter presteren in ruimtelijke leermodellen (Morris watermaze, Y-maze), met minder cholinerge neuronen in de basis van de hersenen.
4. Lichaamssamenstelling & metabolisme
- Sasaki et al. (2013) bespreken mogelijke effecten op levensduur, maar de resultaten blijven preliminair.
- Sasaki et al. (2016) beschreven verschillen in lichaamsvet en energieverbruik bij GH-deficiënte ratten, met afwijkingen in vet-opslag en metabolisme.
5. Levensduur (mogelijke verlenging)
- Sasaki et al. (2013) suggereerden dat SDRs mogelijk langer leven, hoewel de effecten zowel per ratlijn als per geslacht kunnen verschillen.
- Kuramoto et al. (2010) bespreken SDR als model voor verouderingsonderzoek, met implicaties voor levensduur en GH-ontwikkeling.
- Sun et al. (2017) tonen aan dat verminderde GH-signaleringsactiviteit gepaard gaat met minder tumorvorming en langere gezondheid, onder other organisms—implicaties mogelijk ook bij ratten.
