EIWITTEN

Eiwitten hebben enkele functies binnen het lichaam, zo vervullen ze een opbouwende, een regulerende en een beschermende functie.

  • Eiwitten zijn daarmee niet alleen belangrijk voor de opbouw van het lichaam (spieren), maar ook voor het herstel en de groei van de weerstand van het lichaam.
  • Eiwitten behoren tot de 3 energieleverende macronutriënten (macrovoedingsstoffen).
  • Eiwit is net als koolhydraten en vet, een voedingsstof. Eiwit levert calorieën en aminozuren. Aminozuren zijn bouwstenen voor het eiwit in lichaamscellen. Een ander woord voor eiwit is “proteïne”.
  • Bijna alle levensmiddelen bevatten eiwit. Het komt voor in zowel plantaardige als dierlijke producten.
  • De eiwitkwaliteit kan verschillen. Die hangt af van hoe goed het lichaam het kan verteren en van de hoeveelheid essentiële aminozuren.

Aminozuren

Eiwitten bestaan uit ketens van aminozuren. In totaal kan eiwit in eten 22 verschillende soorten aminozuren bevatten. De samenstelling, volgorde en structuur van deze aminozuren verschilt. Daardoor is elk eiwit uniek. Er zijn vele duizenden combinaties mogelijk van aminozuren.

Een aminozuur is opgebouwd uit

  • koolstof (C),
  • zuurstof (O),
  • stikstof (N)
  • en soms ook zwavelmoleculen (S).

Aminozuren kunnen op verschillende manieren aan elkaar gekoppeld zijn. Deze verbindingen zijn de zogenaamde peptiden. Korte aminozuurketens heten ”polypeptiden”.

Van alle aminozuren die er zijn kan het lichaam er enkele zelf maken.


Wat is de functie van eiwitten?

Alle weefsels in het lichaam zijn opgebouwd uit cellen. De cellen bevatten op hun beurt weer eiwitten, neem als voorbeeld de spieren en organen, maar ook het bloed en het zenuwstelsel. Ons lichaam en ook het lichaam van dieren bouwt eiwitten op uit aminozuren. Vooral bij kinderen en jonge dieren wordt veel weefsel opgebouwd. Ook is dit nodig tijdens de zwangerschap bij mensen en de dracht bij dieren.


Celvernieuwing

De celverniewing is een proces waarbij bestaande het lichaam bestaand eiwit afbreekt om het weer te vervangen door nieuw eiwit. Het lichaam verwijderd op deze manier beschadigd eiwit, dat voor problemen in het lichaam zou kunnen zorgen (verstoorde celfunctie en celgroei). Het afgebroken eiwit levert aminozuren aan het lichaam om weer nieuw eiwit op te bouwen. Maar ook bij dit proces gaan weer aminozuren verloren.

Het lichaam verliest nog op andere manieren eiwit, namelijk:

  • Groei van nagels
  • Groei van haren
  • Huidschilvers
  • Zweet
  • Urine

Eiwitten helpen ook om dingen binnen het lichaam te regelen. Enzymen zijn bijvoorbeeld eiwittten en deze zetten weer stoffen in het lichaam om in andere stoffen. Ook de afweerstoffen zijn eiwitten en veel hormonen zijn dit ook zoals insuline. Eiwitten zijn ook erg belangrijk bij het transport van stoffen binnen het lichaam. Neem bijvoorbeeld ‘hemoglobine’, deze vervoert zuurstof uit de longen naar de weefsels binnen het lichaam. Andere cellen binnen het lichaam bevatten zogenaamde ‘receptoreiwitten’. Daaraan kunnen bepaalde stoffen zich hechten. Op deze manier spelen eiwitten ook een rol bij de overdracht van signalen binnen het lichaam.
Enkele aminozuren uit eiwit zijn voorlopers van neurotransmitters. Dit zijn stoffen die een rol hebben in zenuw- en hersencellen en betrokken zijn bij de overdracht van prikkels. Voorbeelden zijn tryptofaan, als voorloper van serotonine, en tyrosine, als voorloper van dopamine.


Energie

Eiwit levert energie: per gram 4 kilocalorieën. Het lichaam kan aminozuren uit eiwit in eten of uit de spieren omzetten in glucose. Dat gebeurt vooral als het over te weinig glucose beschikt. Bijvoorbeeld wanneer je heel lang niets hebt gegeten, of als je heel weinig koolhydraten eet. Maar ook als je meer eiwit eet dan je lichaam nodig heeft. De overtollige aminozuren worden dan uitgeplast. Eiwit in eten kan helpen om niet te zwaar te worden. Mensen die veel eiwit eten, blijken wat minder te eten. Dat komt omdat eiwit goed verzadigt: je krijgt niet zo snel weer honger.


Verzurend

Eiwitten verzurend voor het lichaam als er meer eiwitten het lichaam binnen komen dat dat het lichaam kan verteren dan treden er allemaal schadelijke reacties in het lichaam op. Door verzuring van het lichaam kunnen allerlei ontstekingsreacties optreden en hebben schimmels een betere voedingsbodem. Eiwit bijvoeren zou dus enkel en alleen moeten bij dieren die jong, zwanger of zogend zijn. In deze gevallen heeft het dier meer eiwitten nodig en anders is dat wat in de voeding zit afdoende. Nu zit er verschil in voeders en heeft de één 14% eiwit en de ander 19% Als je rond het gemiddelde zit van 17 – 18% dan kun je voor een groot deel van de leeftijd het voer geven. Een dier heeft op jonge leeftijd namelijk meer eiwitrijke voeding nodig en op oudere leeftijd meer vezelrijk. Wat mij zelf eens was opgevallen bij de Mandarijnen was dat als ze eiwitten bijgevoerd krijgen dat hun urine heel erg gaat stinken… dit is ureum en een bijproduct dat aangeeft dat er zich een overschot aan eiwitten bevindt. Wees dus voorzichtig met de eiwitten ;) Een constant te kort aan eiwitten is ook niet goed, de balans moet dus goed zijn, want door een tekort aan eiwitten kan ook leiden tot kanker.


Hamstervoer

Onderstaand is het eiwitgehalte van een aantal hamstervoeders te zien.

eiwitten in hamstervoer